Mijn Weg: deel 7 "cultuurclash: de Indo-Europeanen en de inheemse Europeanen"

June 23, 2020

 Foto: Trundholm Zonnewagen +/- 1400 BC Bronstijd, Nationaal Museum Kopenhagen, Denemarken.

 

 

 

 

Het Oude Europa. Een wereld ging voor me open toen ik Annine van der Meer en Gimbutas ter hand nam. Het raakte iets heel ouds en dieps in me aan en het verslond me. Ik voelde dat dit een spoor was wat ik moest volgen.
Ik dook in de Venuskunst en las alle boeken die Marija Gimbutas geschreven had, ze opsporend op het internet en in antiekwinkels. Ik herkende zoveel terug in de goden en godinnen die ik al kende uit de Noordse en Germaanse mythologie, in de Griekse en de Romeinse. Ook Maria en Magdalena uit het christendom kreeg een heel andere betekenis in het licht van de oude matrifocale culturen van het inheemse volk van Europa.

Ik las over een geheel andere cultuur dan die we nu kennen, een cultuur waarin man en vrouw gelijk schenen te zijn aan elkaar en waar de waarden van moederschap centraal leken te staan. Waarin dood en wedergeboorte en dus regeneratie de grootste plek in nam tijdens de riten, waarin de dood deel uitmaakte van het leven, op een nog intiemere manier dan misschien zelfs bij de Germanen het geval was. De overledenen werden bijvoorbeeld onder de vloer van het huis begraven, tijdens bepaalde momenten van het jaar vermoedelijk opnieuw opgegraven om de hen dichtbij te hebben, en zij werden samen begraven en niet zozeer individueel. Individuele grafgiften waren schaars en er lijkt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen in begraven te zijn gevonden en er waren veel meer collectieve graven dan individueel.

Over de gehele wereld zijn venusbeeldjes gevonden, zoals ze genoemd worden, beeltenissen van vrouwen; dik, dun, stijf, rond, zittend, staand, in allerlei houdingen; klein voor in de hand, voor aan een ketting maar ook reusachtig, meter hoog. Er zijn meer dan 200.000 beeltenissen van vrouwen gevonden, tegenover een aantal duizend mannelijke figurines. De vrouw leek centraal te staan.
Ik verdiepte me in matriarchale studies, waaronder de boeken van Heide Göttner-Abendroth. Las over hedendaagse matriarchale volkeren, hun culturen, manier van samenleven en hun religies.
Wat ik vond in deze hele onderzoeks-reis, waren een aantal interessante dingen over de reis door het noordwest Europees heidendom die ik al eerder zelf overwogen had. Met name de Asen en Wanen en hun verhoudingen (dit las ik later terug in Mircea Eliade), en over de runen, nornen, matronen en over seidr. Alles begon ineens op hun plek te vallen, het leek alsof ik eindelijk die ingewikkelde mythes en sages beter begon te begrijpen en een prachtige esoterische diepgang kregen.

Ook de boeken van Maria Kvilhaug hebben hier erg bij geholpen, waarbij ik de pantheïstische manier van kijken die ik had, terugvond in wat zij schreef. Dat er twee grote krachten, de Zoeker en de Gezochte, als basis liggen aan de vele verhalen in de noordse en Germaanse mythes. De Geest die hereniging zoekt met de Ziel. Het dualistische dat zich tot één wil vormen, man/vrouw, licht/donker, groot/klein, hemel/aarde, en zo voorts.
Het bevestigde ook het beeld wat ik had van God: dat God alles bezielde, dat God man en vrouw samen was, dat God geen man en geen vrouw was, maar hun éénheid!

Het thema van dualisme en non-dualisme komt over de gehele wereld voor, ook in het christendom, ook in de Bhagavat Gita kun je haar ontdekken, in Rumi’s gedichten, in het sjamanisme, in de Tao, in het boeddhisme en in de Zen. En ik neem aan dus ook in de hele oude wortels van Indo-Europese culturen zoals het Noords en Germaans heidendom.

Non-dualisme betekent voor mij dat God(Great Spirit) in alles aanwezig is wanneer God/Spirit in ons bewustzijn aanwezig is, en dat de wereld een leerschool is die ons uiteindelijk dichterbij God/Spirit zal brengen, tot wij ons weer herinneren dat wij Een zijn met God/Spirit en dus transcendentie ervaren; met de populaire term verlichting gesproken. Wanneer Geest (de dolende, afgescheiden ik) zich herenigd met Ziel (het deel van ons dat verbonden is met God of Great Spirit) betekent dit dat Geest (in zekere zin) zich weer zijn eigen éénheid herinnert.  

Het gaat erg over ons ‘ik’, ons geconstrueerde “zelf”, ons gevoel van afgescheiden zijn, van het idee dat wij niet verbonden zijn met alles wat leeft en bezield is, dat we afgescheiden zijn van God. Het ‘ik’ dat denkt dat het dit universum regeert en in het middelpunt staat van de schepping. Maar in allerlei gedachtes van afgescheidenheid; het “ikje” denkt dat hij degene is die alles moet regelen; de natuur, de wereld, door middel van denken, berekenen, actie, doen…. Hij wil controle want is eigenlijk bang. Het ikje staat ook zo alleen…. Deze eenzaamheid heeft diepe wonden in ons achtergelaten en we zoeken naargeestig naar heling: De Zoeker.
We vereenzelvigen ons met ons ik; ons afgescheiden zelf. We denken dat we van God los zijn gekomen, maar dat kan natuurlijk helemaal niet. Maar we denken van wel, we zijn kwijt hoe we ons weer moeten verbinden, verbinden met ziel, we zijn ziel kwijt, en we zijn wanhopig naar haar op zoek, kijk maar om je heen… Eigenlijk leiden we dus aan zielenverlies, oftewel; het vergeten van onze verbinding en eenheid met God/Great Spirit.

Dit alles vind je terug in bijna alle grote religies van de wereld als je kijkt naar de esoterische onderstroom die nog niet is bedolven onder de oppervlakkige exoterische laag. En dus ook in het Noordse en het Germaanse; een eindeloze romance tussen de Geest die op zoek is naar de Ziel. Dit maakt de Noordse mythologie ook mysteriecultus, een esoterische weg die moet leiden tot transcendentie.

Maria Kvilhaug zet dit heel duidelijk uiteen in haar boek “the Seed of Yggdrasill”. Ze haalt allerlei passages uit de Edda’s en de saga’s naar voren die dit beeld bevestigen. Ze heeft niet één voorbeeld uit één sage voor haar hypothese, maar een heel legioen aan argumenten voor haar stellingen. Ik vind ze zeer overtuigend. Het kan niet zijn dat de Noords