Magisch Spinnen

December 3, 2019

 

 

 

Spinnen en de Levensdraad

Wyrd is een belangrijk woord wat te maken heeft met Lot en met Web in de tijd van onze pre-christelijke voorouders. Het woord komt voor in de oude Edda’s en in Jip en Janneke- taal betekent Wyrd eigenlijk dat de acties die in het verleden zijn begaan door de mensen, van invloed zijn op gebeurtenissen in het heden en de toekomst. Het is dus niet een lineair maar een circulair proces. Het is niet hetzelfde als noodlot, want er zit een aspect in van vrije wil, waarin je je eigen lot kunt veranderen.
Het basis weefwerk van het leven wordt geweven door de nornen, de lotspinsters. In vele Europese culturen vindt je hen terug, zoals in het Grieks de Moirai, de Finse Pleiades, in het Romeins de Fates, in het Portugees Moura Encantada, in het Lets deivés valdytojos , het Albanees de Fatis en ook de Matronen gaan over het lot van de mensenlevens. Dit oerweb, deze basislaag, wordt Örlog genoemd in het Scandinavisch. Oerlaag, noem ik het graag. Het is als een weefgetouw waarin je de verticale draden als de oerlaag kan zien en de horizontale draden de draden zijn van Wyrd, die men iedere dag weeft, met elke actie die je doet en gedachte die je hebt.
De oerlaag is gemaakt door alle dingen uit het verleden, jouw voorouders, jouw genetisch materiaal, jouw karakter, jouw lands- en volksverleden, jouw cultuur, etc. Je hebt dus wel invloed op het lot, maar sommige dingen staan wel vast.
Het Levensweb, is een netwerk van energetische draden, hoe ik dit bezie is dat alles met elkaar verbonden is door middel van energetische draden. In het Web van het Leven zijn alle draden met elkaar verbonden en alle acties die jij begaat hebben natuurlijk niet alleen effect op jouw eigen leven maar ook op die van anderen!

 

Art: Johannes Gehrts

 

Dit geeft een gevoel van verbondenheid, verantwoordelijkheid en het gevoel deel uit te maken van een groter geheel. Je bent een schakel in een keten, je staat niet op jezelf. Je bent verbonden met het Web, gewoon door te leven, door er te zijn en dingen te denken, te voelen en te ondernemen. Dit gaat niet alleen over jouw daden, die je natuurlijk kunt waarnemen, maar ook over je gedachten. Deze zijn namelijk ook energie en bezitten kracht om het Web te beïnvloeden. Dit gaat veelal onbewust en dus is het altijd goed om af en toe aan zelfreflectie te doen en na te denken over welk soort energie je de wereld in zendt. Daarnaast kun je bewust je eigen gedachten en daarbij horende emoties en dus ook je gedrag beïnvloeden. Dit is een simpele uitleg van het veranderen van het web: bewustzijn en bewust handelen is hierbij belangrijk.

Het spinnen en weven heeft een relatie met dit web, en dus ook het lot. Spinnen zijn daarom ook dieren die te maken hebben met het lot en met het creëren van nieuw leven en nieuwe verbindingen. Dit is ook de reden waarom spinnen en weven werd gezien als magisch; het kon de toekomst en het verleden veranderen. Door de draden van het leven te beïnvloeden kon men het hele weefsel beïnvloeden. Al het leven werd gezien als met elkaar verbonden en als één groot weefwerk, was het niet meer dan logisch dat magie die te maken had met weven als zeer krachtig werd ervaren en soms ook gevreesd. Misschien was het rad van fortuin een wiel van een…spinnewiel?

De Levensdraad van een mens werd gesponnen door een norne, een schikgodin, soms als Oermoeder voorgesteld (denk aan Urd) en werd uit de bron gehaald en op het Levenswiel gezet. Net zoals je een draad spint uit een losse pluk wol. Deze draad had deze norne gesponnen uit de ruwe oerstof (de Bron, Bron van Urd). Zij gaf je dus een basis: een levensdraad door haar gesponnen en getwijnd, aldus de oerlaag was er. Daarna kon jij zelf verder weven op dit oer draadje. Je kon jezelf vervlechten in het weefwerk des levens, jezelf verbinden met anderen, met plaatsen, met gebeurtenissen, gevoelens en gedachtes. Zo wordt jij een draadje in een weefsel, een schakel in de keten van voorouders en nazaten en van jouw stam, familie, volk, mensheid.
Er is een verhaal in het Oud Noords wat illustreert dat het onbegonnen leven zich in een wol-mand van de Distaff/Spinrok bevindt:

“Sigurðr went to consult his mother, who was skilled in magic. He toldher  that  the  odds  against  him  were  heavy,  at  least  seven  to  one.  Sheanswered: “I would have kept you for a long time in my wool basket if Iknew that you would live forever, but it is fate which rules, and not wherea  man  is  from;  better  to  die  with  dignity  than  to  live  with  shame.”(Orkneyinga Saga 11, Flateyjarbók, ca 1387–1395)

Hierin kan de “wool-basket” dus worden gezien als een baarmoeder, een bron van leven.
Dit wordt zelfs in de meest oude teksten zoals de Veda’s zo gezien:

“Who set the seed in him and said,/ Still be the thread of life spun out?” (Atharva Veda 10.2.17)


De baarmoeder, in dit geval gesymboliseerd als een wolmand of distaff met wol, wordt gezien als de andere wereld, de wereld van het ongesponnen leven, het ongeboren leven. Aangezien de baarmoeder ook vaak synoniem is aan het graf – Tomb and Womb – is het ook de plek waar alle leven weer naar terug keert. Zo zien we tevens een relatie met de dood. Ook in onze eigen taal zien we dit terug in de vorm van het spreekwoord: “mijn leven hing aan een zijden draadje”.
Aan het einde van jouw leven maakte een norne, Skuld soms genoemd, of een Walkure (wat ook een soort norne is maar daarover later meer) jouw levensdraad weer los uit het weefsel om je weer te ontwarren en te laten oplossen in de oermaterie (bron/wol). Zij ontwart en ontwikkeld eerst jouw levensdraad alvorens deze opgaat in de Bron of de baarmoeder/tombe.
Het afwikkelen van draad gaat dus vaak “tegen de draad in” of tegen de zon in, waarbij leven geassocieerd wordt met de klok mee en het afwikkelen van draad geassocieerd wordt met het stervensproces of het afbouwen van dingen. Dit is ook de reden waarom de knopen van alles in huis moest worden losgemaakt als iemand op sterven lag of gestoven was. Men reconstrueerde het proces van het afwikkelen van de levensdraad. In Zuid-Europa worden er soms bolletjes met ongesponnen wol op de graven van de doden gelegd. Hier zouden hun zielen in “slapen” of “nest maken” (Mensej, g.d.).
Het spinnen van wol tot een draad, deze om de spintol heen wikkelen, deze weer afwikkelen en tot wol laten terugkeren doet ons wat betreft beweging ook denken aan het lopen van een spiraal of labyrint…

 

 Foto: bron onbekend


Seidr en Spinnen

Seidr is een vorm van magie beoefenen die men voornamelijk vindt in de Scandinavische bronnen. De beschrijvingen voor Seidr komen overeen met wat er in onze Lagere Landen beoefend werd op het gebied van magie. We weten natuurlijk erg weinig en in de Scandinavische bronnen is er meer bewaard gebleven over dit soort beoefening of sjamaniseren, hoewel ook wij hier wel bijzondere aanwijzingen voor hebben zoals de lijst met heidense gebruiken die door de kerk verboden zijn; de Indiculus superstitionum et paganiarum. Hierin staan een hoop dingen die erg lijken op Seidr en onze Lage Landen werden gedaan.
Seidr, zoals omschreven in deze Scandinavische bronnen, was iets specifiek voor vrouwen en een mix van een soort sjamanisme en een vorm van hekserij/tovenarij. Seidr beoefend door mannen werd “ergi” genoemd, oftewel “onmannelijk”. Waarom? Omdat ik denk dat Seidr zijn wortels heeft in een oudere cultuur, maar daar over later meer in een ander blog en training…
Uiteenlopende betekenissen van het woord Seidr zijn gegeven, door veel verschillende mensen. Ik noem er een paar als opsomming: ceremonie, spreker/zanger, voorspeller, zitten, zetel, kokend, betovering, zingen, reciteren, lokken, elfenmagie, door een spinrok geweven draad, koord, touw, gordel, binden, gebonden of wordt soms in verband gebracht aan het woord Saitchamiae (een naam voor één van de Matronen).
Seidr zelf is een breed begrip. Het omvat een groot scala aan bezigheden, die allen magisch van aard waren zoals orakelen, weermagie, galdr, spá, advisering, bepalen van het lot, beïnvloeden van het lot, spreken met de doden, geven van kracht en het wegnemen ervan, zegenen, vruchtbaar maken, vervloeken, doden, bescherming geven, heling geven, en nog veel meer.
De vrouwen die dit delen werden Vala of Völva genoemd, wat “stafdraagster” betekent. Deze stafdraagsters deden verschillende dingen, zoals in trance komen door specifieke liederen, ze werkten samen met geesten of goden of doden/voorouders, ze konden van vorm veranderen en betoveringen uitspreken, reizen door middel van trances, voorspellingen doen, magische tekens en zang gebruiken om te helpen of kwaad te doen (Blain, Storesund, Wormhoudt).

De naam stafdraagster is natuurlijk erg bijzonder. Zeker als we kijken naar de seidr-staven die gevonden zijn in combinatie met dit fenomeen Seidr, wat dus een vorm van magie was, speciaal voor vrouwen.
De staven die gevonden zijn hebben namelijk de vorm van een spinrok; in het Engels: Distaff, wat tevens een synoniem is voor de vrouwelijke lijn van de familie en ons doet denken aan de Dísir, vrouwelijke voorouders en geesten. Vanadís is een synoniem voor de godin Freyja, en betekent dus iets van Godin of vrouw van de Wanen (godengeslacht). Dit brengt de staf en dit soort vrouwenmagie dus in verband met het spinnen van draden - wat ook één van de betekenissen is van dit woord Seidr - en met voormoeders, vrouwelijke geesten en godinnen. In Groningen is een er een oud woord wat spinnewiel of spinrokken betekent: diezen. In het Drents: diesen. Later verbastert naar dijzen in de rest van Nederland.

 

“Daarnaast moet er een vorm *dīsō hebben bestaan, getuige Middelnederduits dīse en Oudengels dís* indístæf (lees: dís-stæf), een samenstelling die voortleeft als Engels distaff ‘spinrokken’.
In Engeland is het spinrokken dan ook een gebruikelijk zinnebeeld voor de vrouw en de distaff side een benaming voor de vrouwelijke lijn der verwantschap, dat wil zeggen de moederszijde of spilzijde. Van *dīsō is ook nog een werkwoord afgeleid dat is overgeleverd als Middelnederlands dīsen ‘vlas winden’ en Middelengels dīsen‘vlas winden’, vanwaar het inmiddels verouderde Engels (be)dizen ‘opzichtig aankleden’.

 

Bovengenoemde woorden zullen teruggaan op een Oudgermaanse wortel *dīs-, *dais-, *dis- ‘spinnen e.d.’. Hiertoe behore ook *dīsaz ‘spinnend, beramend, sluw’, vanwaar Gotisch filudeis* ‘sluw’ (infiludeisei ‘sluwheid’), eigenlijk dus ‘veel-spinnend, veel-beramend, zeer sluw’, en namen als Oudsaksisch Díso ‘sluwe’ en Oudhoogduits Tíso ‘sluwe’.
Andere afleidingen zijn wellicht *dizlōnan‘spinnen, snorren’ (Middelnederlands dillen ‘kletsen’) en *dizlō ‘spinster’ (Middelnederlands dille ‘jonge vrouw; babbelzieke vrouw’). Het is evenwel denkbaar dat Oudgermaans *dīsiz (Oudnoords dís) is gevormd met gedachte aan beide wortels en dus van meet af aan zowel ‘spinster’ als ‘zogende’ betekende.”   Bron: http://taaldacht.nl/2014/03/01/dijzen/



Deze staven waren soms van hout of van metaal. De metalen zijn gevonden in graven en enkel in vrouwengraven. Het feit dat de spinrok-achtige staven van metaal gemaakt zijn, geeft aan dat deze een rituele functie hadden; metaal was waarschijnlijk veel te zwaar om daadwerkelijk als spinrok te gebruiken en zou erg duur geweest zijn.
De eerste spinrokken waren vaak van hazelaar gemaakt; een boom die in Europa een zeer magische betekenis had. Er zijn veel verhalen die vertellen over de hagerijdsters - de rijders van haag - waarin de haag een grens aangaf tussen deze en de andere wereld. Vrouwen reden dus op deze grens tussen deze werelden en de hazelaar had hier een bijzondere rol in. Onder deze hazelaar woonde een vrouwelijke slang, genaamd de hazelworm, wat geen slang maar een hagedis is en wanneer je deze zou opeten kreeg je magische krachten.
Deze eerste spinrok had een Y-vorm, daarom heen werd het vlas gedraaid. Het doet denken aan de wichelroede, waarmee naar bronnen, water of andere krachtplaatsen gezocht werd in de natuur. Weer een relatie met magie. Daarnaast bestaat er bij mij het idee dat de bezem waar de “heks” altijd op reed, helemaal geen bezem was maar een spinrok met flink wat vlas eraan, dan lijkt het namelijk precies op een bezem!

 

 

Foto: kunst door Albrech Durer

Nu begrijp je misschien ook waarom magie, en ook Seidr, in verband werd gebracht met het spinnen van draden. De Völva, de vrouw die Seidr beoefende en een bijzonder hoog aanzien genoot in de gemeenschap, werd vaak ook op een hoge zetel geplaatst wanneer zij kwam orakelen bij een familie of stam. Zij liet dan door iemand anders geesteliederen zingen, Vardlokkur, en viel daarbij in een soort trance waarbij zij contact maakten met de geesten die haar wijsheid vertelden (Saga van Erik de Rode). Soms wordt zij gapend in de saga’s weergegeven, een relatie met adem, die weer in verband wordt gebracht met leven en bewustzijn en begeestering. Odin blies namelijk het leven in bij Ask en Embla, hierna werden zij mensen (Sturluson). Ook is op een hoge plaats zitten in verband te brengen met het spinnen van draden; wanneer je hoger zit heb je meer bewegingsruimte om de draden te maken.

Het spinnen, weven en maken van kledij of andere stof, werd ook in onze contreien in verband gebracht met magisch werk. Men kon magische toverformules in de stof weven, bescherming of genezing in kledij weven, zij vlocht, spon of weefde letterlijk het lot.
Met het weven van draden ben je aan het creëren. Je maakt van ruwe “oermaterie” – de wol – een draad, een lotsdraad, er is leven, je bent de draden van het leven aan het weven of beïnvloeden. Dit maakt het een zeer gewichtige vorm van magie en je moet heel goed ethisch verantwoord gaan nadenken wat je aan het doen bent.
Vrouwen waren een groot deel van hun tijd wol, kledij aan het bewerken, wassen, spinnen, weven, touwen maken en nog veel meer. Tijdens deze bezigheden, en ook tijdens andere huishoudelijke bezigheden, werd er vaak gezongen of verhalen voorgelezen. De combinatie van een monotone bezigheid zoals spinnen, wassen, schoonmaken, touwen vervaardigen, naaien, etc. was het niet moeilijk om in combinatie van deze zang of gedichten in een soort trance te geraken. Zo vielen de woorden of melodie samen met het maken van dingen of het schoonmaken van dingen. Een eerste vorm van magie dus!

 

 

Foto: viking archaeology.info

Voornamelijk in de graven van vrouwen werden rituele staven gevonden en werden spintollen en spinrokken meegegeven in het graf. Soms waren deze van barnsteen, wat een relatie heeft met de godin Freyja of Frigga. Ook hadden zij soms bijzonder geweven gordels om die te maken hebben met het bekkengebied en de vrouwelijke vruchtbaarheid en zijn over heel Europa gevonden. Dit is een zeer oud symbool, kijk maar naar de Venus van Lespuge, en we vinden dit oude gebruik nog terug in de oudere pre-Indo-Europese culturen. Zo’n gordel was een bijzonder familiestuk, soms van moeder op moeder overgedragen.
Het weven van betoveringen in stof wordt in veel verhalen van Europa terug gevonden, zoals het maken van hemden die mannen ontastbaar zouden maken in het gevecht of een oorlogsbanier te weven die gedragen werd in de oorlog. Rode of witte draad werd gebruikt om de navelstreng van pasgeboren kinderen af te binden. Er wordt ook verteld over onzichtbare touwen die dingen of mensen kunnen aantrekken, aan vastbinden en het ontwarren van knopen betekende vaak letterlijk het ontwarren van een vraagstuk of iemand die in de knoop zat of vast zat (Wormhoudt, 2010). Knopenmagie is nog iets wat in de Keltische tradities erg leeft maar ook in het Germaanse gedaan werd, met een knoop kon je iets vastleggen of iets losmaken.
Wanneer een vrouw zwanger was, prikte ze zich aan een naald en schreef met dit bloed toverformules op stukken hout, misschien voor zichzelf of voor de gezondheid van haar kind. Ze spon daarna ook drie draden, een witte, een rode en een zwarte. De witte kwam om de navelstreng, de rode om de pols en