Kracht in kwetsbaarheid


Zo vaak zie ik, dat mensen niet durven vertellen als er iets scheelt. Zo vaak trachten zij dit zelf op te willen lossen. Soms gaat het over ziektes, soms over scheiding, soms over pijn of angsten en soms over dingen die gebeurt zijn maar waar nog altijd aan gedacht wordt. Waarom heerst er een taboe op het feit dat we sommige dingen niet alleen zouden kunnen? Waarom is het een schijnbare schande dat we vragen om hulp? Wanneer we naar de psycholoog gaan proberen we dat angstvallig te verbergen, of wanneer we een ernstige ziekte dreigen te hebben, vinden we dit moeilijk om te vertellen, we willen het alleen oplossen. Dit gebeurt niet alleen tussen kennissen, maar ook onder goede vrienden. Er lijkt een cultuur te heersen die het niet toelaat om te laten zien dat het soms ook minder goed gaat met ons en dat wij altijd alles zelf, helemaal in ons eentje, moeten opknappen. Dat is het beeld van kracht van de huidige, individualistisch ingestelde, maatschappij.

We moeten, vooral als westerling, in het eeuwige Zuiden van het Levenswiel, vitaal zijn, gezond, sterk, succesvol en het moet vooral: altijd goed met ons gaan. De zon moet voor altijd stralen in onze gezichten en we willen voor altijd jong zijn en gelukkig. Wat een paradijs zou dat zijn. Helaas is dit een overtuiging die hoort bij die disbalans. Of we er ons nu tegen verzetten of niet, er gaan dingen gebeuren in een mensenleven die minder fijn zijn. We worden ziek, we verliezen iemand, we worden gekwetst, we worden verlaten, bedrogen, we voelen ons rot, we hebben pijn of we kunnen iets niet loslaten. We weigeren door te draaien naar het Westen van het Levenswiel, de plek van de afbraak, de wijsheid, het loslaten en het accepteren van ons leven en onze levenssituatie. We zetten onze hakken in het zand en ontkennen steevast dat dit ons overkomt en willen dat het zo snel mogelijk verdwijnt, dit rotgevoel. We stoppen het onder de grond zodat we er niet de hele tijd naar hoeven kijken en proberen met een stralende lach gewoon door te gaan alsof er niets aan de hand is, want oh-wee als iemand doorheeft dat het niet goed met ons gaat en oh-wee als we er zelf niet helemaal uitkomen, oh-wee als we steun nodig hebben van anderen. We vinden onszelf een mislukking als we falen en we vinden onszelf zwak als we steun nodig blijken te hebben.

Wanneer we hiermee te kampen hebben lijkt de brok in ons keel te groot om hier iets over te zeggen, zelfs tegen onze geliefden. Is het schaamte? Moeten wij ons schamen voor wat ons, meestal ongewild, overkomt? Zijn het schuldgevoelens? Moeten wij ons schuldig voelen? Hebben wij het zelf opgezocht of veroorzaakt? Is het omdat we bang zijn dat we anderen tot last zijn? Zijn we bang dat anderen ons gek, zwak of zielig vinden en ons anders gaan behandelen? Of ons zelfs verlaten? Wat zegt dat over hen? Wat zegt het over jou? Wat zegt het over onze huidige cultuur? Wat zegt het over onze ideeën over zwakte en kracht?

Soms zijn deze gevoelens zo overweldigend dat ze ons in een donkere put gooien waar wij niet zelf uit kunnen klimmen. De wanden zijn glibberig van de rottende planten, de ontstekende gedachtes en de slijmerige, donkere emoties die door ons heen gaan en die, net als wijzelf, geen uitweg vinden uit de duisternis. We zitten vast of dreigen zelfs te verdrinken in het zwarte water. Is een mens geboren om altijd alleen zijn duisternis te trotseren? Of ligt er ook schoonheid in het aanpakken van de uitgestoken hand van iemand die ons lief heeft? Iemand die met ons wil zitten in ons donkere hol, uit vrije wil, zwijgend, maar aandachtig aanwezig, liefdevol en stil. Moeten wij ons altijd sterk houden of mogen wij ook breken en vragen om hulp? Moeten wij de muur en de schijn altijd ophouden, omhooghouden, laten zien dat we sterk zijn wanneer we ons eigenlijk helemaal niet zo sterk voelen? En zo ja, van wie moet dat? Ligt niet de grootste kracht in het accepteren van de dingen hoe ze zijn? Door op te staan en verantwoordelijkheid te nemen voor onze rottende gevoelens van pijn, onmacht, verdriet, frustratie en angst? Om op te staan, onze rug te rechten en te zeggen: "ja, inderdaad, het gaat kut met mij. " En daarmee basta. Niets meer en niet minder. Om te laten zien dat we geraakt zijn? Gekwetst zijn? Dat we onze ziel laten zien door te laten zien dat we gevoelens hebben? Emotionele wezens zijn die diepe zielenroerselen kunnen ervaren, imperfect zijn op een prachtige, perfecte manier, zoals het schoonste weefsel met een steekje verkeerd, het Tiffany-lampje met het verkeerde scherfje, de wolfsklauw met de bladeren niet helemaal recht tegenover elkaar...

Mijn hele pubertijd en als jongvolwassene pakte ik de dingen zelf aan, alleen. Onzekerheid verbloemde ik met een grote mond, angsten stopte ik weg, liet ik niet zien. Verdriet had ik alleen, op mijn eigen kamertje, iets wat tussen mij en het goddelijke was. Ons geheim. Tot die overweldigende rouw kwam, die als een vloedgolf, een tsunami, al mijn muren brak en mij omver wierp met een oerkracht die ik niet alleen aankon. Ik voel mij niets, ik voelde mij niemand. Ik wist niet eens welke dag het was en waar mijn wasmand stond. Mensen hebben mij geholpen, vrienden vingen mij op. Er was voor mij een uitgestoken hand, en hoewel ik grotendeels toch alleen was, waren er ook handen op andere lagen en handen op afstand, die me uit die donkere put getrokken hebben. Ik voelde hoe het was om mij kwetsbaar op te stellen, ik kon niet anders, want mijn muren waren gesloopt door de vloedgolven. Ik voelde mij naakt, moe en ik was op. Ik had geen bescherming meer. Maar mensen staken mij een hand toe, een lief woord toe, ik ontving duizend harten onder mijn riem. Zoveel dat ik riemgaatjes erbij moest maken. Het gaf mij kracht, hun liefde gaf me weer levenskracht. Hun liefde, aandacht en nabijheid gaf me het vertrouwen dat het leven weer de moeite waard was om geleefd te worden. Het trok me uit de doodsenergie, uit die donkere put, terug het leven in. Had ik het zonder hun hulp gekund? Ja, absoluut. Had ik het zonder hun hulp gewild? Absoluut niet. Onze grootste kracht ligt verscholen in het duister van onze ziel, in de dieptes van onze zielenmeren en het zwartste zwart van ons leven. Op de bodem van de donkere put ligt een sleutel, een sleutel tot jouw bron van kracht. Pas wanneer wij ons op de bodem van de put bevinden kunnen wij helder het licht zien dat van boven komt, het licht dat van de ander kan komen, die zich vanuit liefde over ons ontfermt...

Pas wanneer alle andere lichten gedoofd zijn, vinden wij ons eigen innerlijke licht.

Mijn eeuwige dank aan ieder die er ooit voor mij is geweest, die er nog steeds voor me zijn en hen die uit mijn leven verdwenen zijn.

Foto: Marta Bevacqua

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Volg het Vrouwenrad op Facebook

  • Facebook B&W

© 2019 - 2020 by © Het Vrouwenrad/
by Mirjam van Donselaar
KVK nmmr: 72709510
Algemene voorwaarden
Privacy Verklaring & Cookies