Mijn weg: deel 4

June 16, 2019

 

Op 15 juli arriveerde ik op het vliegveld van Keflavik, IJsland. Het moment dat ik uit het vliegtuig stapte en ik de grond aanraakte en de frisse, bijzondere heldere lucht daar inademde voelde ik me zo intens gelukkig en thuis zoals ik me nog nooit gevoeld had. Ik kon het bijna niet geloven, ik was eindelijk op IJsland, mijn kinderdroom van te paard door IJsland rijden zoals het meisje in mijn ijslandse boeken, zou uitkomen...
 


De twee weken rondreis die ik had geboekt was inclusief vlucht heen en terug, vervoer, hotel, eten, alles. Zo hoefde ik nergens over na te denken en kon ik enkel ervaren. Iedere dag was ik met een bus met mensen van middelbare leeftijd aan het rondtouren op het eiland. Ik vond niet veel aansluiting bij hen maar toch vermaakte ik me wel tijdens het eten. Ze waren aardig voor me en af en toe had ik bijzondere gesprekken, zoals met Jos, die zijn vrouw was verloren en nadien aan het reizen was geslagen. We konden praten over waar onze heengegane geliefden nu waren, of ze ons nu zouden zien en hoe we ons voelden. Dat was fijn. Verdriet had ik minder, er was weinig tijd om er bij stil te staan, iedere dag moest ik 7 uur op en waren we de hele dag bezig met dingen bekijken, wandelen, eten, musea, etc. S' avonds om 10 uur vocht ik al tegen de slag, het waren zoveel indrukken die ik moest verwerken, mijn slaap had ik hard nodig.

 

 

 Hoe dichter het einde van de twee weken naderde, hoe meer weerzin ik kreeg om al naar huis te gaan. Ik wilde de rust nemen om te landen op IJsland en met die tour kon dat niet. Ik had veel gezien, dat wel, veel geleerd, over de cultuur, de natuur, de musea, de geografie, etc. Maar ik wilde verbinden, in rust, in stilte, in eenzaamheid. Ik begon op facebook te zoeken naar groepen waarbij je kon overnachten in ruil voor werken, het WWoof principe, voor de mensen die het kennen. Ik plaatste een oproep op een facebook groep met dat ik met paarden kon werken en misschien op het land. Erla Björk reageerde op mijn oproepje en bood een 4 weken lang verblijf aan met het werken met paarden op haar paardentrainings-bedrijf in ruil voor eten en inwoning. Ik dacht niet langer na en zei ja. Ik bleef nog een nacht in Reykjavík, ging lekker uit eten de dag voordat ik vertrok zag ik het vliegtuig waar ik eigenlijk in had moeten zitten overvliegen... Erla kwam me een dag later ophalen in Reykjavík en we reden naar Selfoss, naar de paarden.

 


In Selfoss kreeg ik een kamertje voor mezelf, een soort gezinnetje waar ik in terecht kwam met kinderen, familie en vrienden. Ze waren zo gastvrij en goed van vertrouwen. Ik verbaasde me erover. Ik was Rotterdam gewend, daar zou niemand dit zo doen. Ik wilde alles op alles zetten om zo goed voor hen te werken om hun gastvrijheid terug te betalen. Iedere dag werd ik wakker om 7 uur en begon ik met het werken in de stallen, mest scheppen van de paarden, water geven in de weides, paarden van de ene weide naar de andere drijven, eten kopen, voederen, hooien en natuurlijk: rijden. Ik reed eerst een paar keer in de paddock en op gegeven moment zei Erla: " als je eens wilt rijden in je eentje, je mag gewoon een paard pakken hoor". Ik was stomverbaasd. Hier in Nederland is iedereen super voorzichtig met zijn paarden, niemand laat je zomaar je paard meenemen... Maar ik nam van de gelegenheid graag gebruik en toen zat ik op de warme rug van Röskur, een zwarte ruin, in tölt-gang, en zweefde ik over de lavavelden, het zwarte zand en de tijm heen niemandsland in. Het gevoel dat ik had was onbeschrijflijk; wat een intens gelukzalig gevoel. Er waren en zijn geen woorden voor. Ik had ter plekke kunnen sterven van geluk...

 


Naast hun paarden mocht ik ook hun auto gebruiken. Ik was eens een weekendje alleen thuis want het gezin had een trouwelijk in Reykjavik en zij bleven daar overnachten. Ik kreeg instructies voor de paarden en het huis en de auto mocht ik gebruiken want zij namen een andere mee. Ik besloot naar het zuidwesten te rijden, richting Keflavik en Grindavík. In de auto was het stil, stilte en eenzaamheid, eindelijk. Ineens zag ik een bord met Reykjanes en kon me herinneren dat Linda Wormhoudt hierover geschreven had in haar boek Nevelvrouw. Het was de plek waar zij een diepe verbinding voelde met de godin Hella, noordse godin van het hiernamaals en de overledenen. Ik sloeg af en kwam op gegeven moment bij een geothermisch gebied met zwavelpoelen in de meest uiteenlopende kleuren. De lucht was grauw, het was koud en vochtig en de sissende poelen fluisterden in de verte. Ik liep rond en ik was zo goed als alleen. De energie van de poelen was merkbaar...zo oer, zo anders dan alles wat ik kende, het was doods maar ook ergens levend.
Aan de overkant van de poelen stond de auto en ik zag naast de weg een baai liggen. Ik klom naar beneden naar het meer en het zwarte strand en ging zitten aan de oever. Eindelijk rust. Alleen zijn voelde als een zegen na 5 weken lang mensen om me heen. De golven kabbelden rustig, er was geen teken van menselijk leven om me heen, zover dat ik kon kijken. En toen ineens overspoelde het me, het verdriet van het verlies van mijn vader, alsof het al weken langs wachtte om naar buiten te komen. Ik huilde op het zwarte strand, huilde en huilde tot ik helemaal leeg was. In de verte vloog er een vogeltje langs en landde op een rots schuin tegenover me. Een tapuit. Een van de lievelingsvogeltjes van mijn vader. Het vogeltje keek nieuwsgierig op me neer, kopje soms schuin houdend. Een gevoel van warmte omringde me, alsof er een deken van troost om me heen geslagen werd. Het kwam vanuit het land uit, het land troostte me, alsof alle bergen en meren om me heen me omsloten en in hun armen wiegde...."stil maar vrouwe..." Niks geen "niet huilen" of andere woorden om door te kunnen gaan met leven, alleen een zachte omhelzing die blijk gaf van intens medeleven.

 

 

 

 

Toen ik thuiskwam was alles heel anders, leek het. Zoals we vaak hebben als we erg lang zijn weggeweest, dan bekijken we ons thuis ineens anders wanneer we terugkomen. Ik arriveerde op een snikhete Schiphol en het eerste wat me opviel was dat het er enorm stonk en de lucht zo on-fris was. Niet zoals in IJsland...
Eenmaal thuis stapte ik op de fiets. Wat heerlijk was het om te kunnen fietsen! Ik fietste door de polders heen en het viel me op hoe prachtig het eigenlijk allemaal was hier! Het fluitekruid, de wilgen, de rivieren, de vogeltjes, de hoeveelheid aan groen en bloemen...Opnieuw een hernieuwd gevoel van thuiskomen!
In IJsland is men gek op hun eigen land en is er geen enkel gevoel voor schaamte voor het houden van eigen cultuur of geschiedenis. Ze omarmen hun taal, hun geschiedenis, hun manier van leven, hun natuur... Heel anders dan hier in Nederland vaak het geval is. Het merendeel van de bevolking heeft geloof ik niks meer met natuur of nog minder met cultuur en geschiedenis. De focus ligt enkel op beter worden en de toekomst, dan dat de waarde van de geschiedenis en waar we vandaan komen gezien wordt.
Welke bevolking heeft nu meer behoefte aan verbinding met eigen wortels, eigen natuur en cultuur die is gevormd door het landschap en de ziel van het land, IJsland of Nederland? Nederland.
Er werd een behoefte in me geboren om hier meer mee te gaan doen. Nu had ik al een groep opgericht, genaamd Lokasenna, maar ik kon me hier niet meer in vinden en de groep draaide eigenlijk ook alleen op mijn inzet, meer niet. Onlangs was ik twee lieve mensen tegengekomen die wel wilde meedoen met een soortgelijke groep, Michelle en Pim. Met hun als nieuwe aanwas en mijn ervaringen uit IJsland, hief ik de oude groep op. Een schone lei. Een nieuwe groep ontsprong uit de resten, de hummus, van de neergehaalde groep en na een half jaar ontstond er een naam: Fernjawegan.